Tag archieven: schrijven

Luister jij weleens naar jezelf?

Als wij elkaar tegenkomen en aan de praat raken, verwacht ik niet dat de volgende situatie zich zal voordoen.

Dagmar: Ha jij, hoe is het?

Jij: Ha Dagmar. Goed. En met jou?

Dagmar: Goed. Zeg, ik heb iets meegemaakt wat ik je echt even wil vert-

Jij: Ja, doei. Ik ga even scrollen op Instagram. Later!

Naar elkaar luisteren kost moeite. Maar – doorgaans uit beleefdheid – doen we het toch. Of we doen alsof. Als we iets opschrijven waarvan we willen dat een ander het leest mist die etiquette. Als jij iets schrijft dat ik moet lezen, en het boeit me niet, ben ik weg. Om ervoor te zorgen dat we elkaar lezen moeten we uit een ander vaatje tappen dan wanneer we naar elkaar luisteren.

Schrijftijd is leestijd

Schrijven kost tijd. Lezen ook. Tijd die je lezer ook kwijt kan zijn aan koken, kleding op Vinted zetten of geduldig een verhaal van een kleuter aanhoren. Leven kost tijd.

De kunst van het schrijven, en dan heb ik het niet over kunstig schrijven, is iets vertellen dat de moeite waard is om te lezen. Dat de lezer na het lezen van zin 1 wil doorpakken naar zin 2.

En dan 3.

En naar alinea 3

Maar vergeet het idee dat je iets moet schrijven dat een ander de moeite waard vindt. Dat wéét je niet. Je ként die ander niet.

Je moet dus iets schrijven dat je zélf belangrijk vindt. Als iets waardevol genoeg is om op te schrijven is het ook waardevol genoeg om te lezen. Maar ja. Hoe wéét je dat? Want tijdens het schrijven ben je zó goed ingevoerd in je onderwerp of je verhaal, dat je inmiddels geen punt meer van een komma kunt onderscheiden. Wat is relevant en wat niet? En bovendien: komt je verhaal überhaupt wel over?

Tijd om naar jezelf te luisteren

Als je vastloopt in je tekst helpt deze tip je verder.

Lees de tekst die je geschreven hebt vóór.

Dan léés je met aandacht. En hóór je jezelf vertellen.

Door voor te lezen hoor je waar de zinnen niet lekker lopen. Weet je dat je, als je buiten adem raakt, de zin moet opknippen. Merk je snel genoeg welke stukjes bij elkaar horen en welke niet. Dan hoor je het ritme van je tekst. Dan hoor je waar je jezelf herhaalt. En waar je te kort door de bocht gaat.

Net zoals wanneer we elkaar op straat tegenkomen, en je mij een verhaal vertelt. Dan blijf ik luisteren. Want ik wil weten hoe het afloopt.

Wil je deze blogs voortaan in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor mijn wekelijkse nieuwsbrief. 

Schrijven is je plek opeisen

Wie schrijft claimt een plek in het hoofd van de lezer. Dus dan kun je er maar beter voor zorgen dat je tekst elke seconde aandacht waard is. Als er íets is dat Nora Ephron mij duidelijk maakt, is dát het wel. Haar essaybundel Wat baal ik van mijn hals (Uitgeverij Contact, 2007, vertaling door Christine Elion) blaakt van zelfvertrouwen. Van een boldness waar alleen een vrouw van middelbare leeftijd met meer dan 45 jaar werkervaring, geschreven bestsellers en geregisseerde blockbusters aanspraak op mag maken. Daar ben ik nog niet, maar goed, ik ben dan ook amper veertig, moet mijn eerste bestseller nog schrijven en ben aan regisseren nog niet toegekomen.

Toch probeer ik me al schrijvende een Nora te wanen. Of een Sylvia. Of een Sheila. Kortom: iemand die lak heeft aan wat jíj of wie dan ook van de tekst vindt. Maar het er gewoon, hup, uitgooit. Omdat deze woorden nou eenmaal geschreven moeten worden. En omdat jíj als lezer er goed aan doet om deze woorden heel snel tot je te nemen.

De stelligheid van Nora Ephron

Neem nu het verhaal Ik heb een hekel aan mijn tas uit de bovengenoemde bundel dat als volgt begint:

Ik heb een hekel aan mijn tas. Een vreselijke hekel. Als jij zo iemand bent die vindt dat tassen het einde zijn, dan kun je hier wel stoppen met lezen, want voor jou valt er in dit hoofdstuk niets te halen.

‘Oké mevrouw Ephron,’ zeg jij. ‘Ik ben ook geen fan van dat gesjouw met die grote buidels vol rotzooi of die pietepeuterige schoudertasjes waar je portemonnee nét niet lekker in past, maar een hékel eraan hebben?’

Toch intrigeert het je en lees je door. Natuurlijk lees je door.

Dit hoofdstuk is voor vrouwen die een hekel hebben aan hun tas, die niet goed in tassen zijn, die inzien dat hun tas een afspiegeling is van hun verwaarloosde huishouden, hun hopeloos gebrek aan organisatie, hun chronische onvermogen om ook maar iets weg te gooien, en een onafgebroken falen ten aanzien van de plichten die horen bij een moeizaam en veeleisend assecoire (de plicht, bijvoorbeeld, dat je tas op de een of andere manier moet passen bij wat je aan hebt).

En dan volgt er een rant over tassen met een wachtlijst, tassen waarvoor je bedragen neertelt waar je ook een gezinsauto van kunt aanschaffen. Tassen waar dan alsnog treinkaartjes in zoek raken, waar vergeten tictacs tegen de binnenkant kleven en waarin pennen nog steeds de neiging hebben tot lekken.

Mooi hè? Mooi, en in your face. Want soms, als je écht een boodschap wil overbrengen, moet dat.

Bepaal je schrijfdoel

Schrijven is een middel. Wat je doel is, bepaal je zelf. Jonge moeders in hun broek laten piesen van het lachen? Wanbetalers dwingen te betalen? De Belastingdienst bewegen om je uitstel te verlenen? You name it. Om iets te bereiken moet je af en toe een grote bek hebben. Je breed maken. Daar zijn schrijvers buiten het papier om meestal niet zo goed in, introvert als we zijn. Maar af en toe moeten we dat wel doen. En zéker in ons schrijven.

Ga maar na.

Voorbeelden van voorzichtig schrijven waarmee je je doel nooit bereikt

  • Ik overdrijf een beetje als ik zeg dat mijn baby een poepende huilmachine waar al mijn verwachtingen van deze dag, mijn to do-lijstje en mijn schaarse brokjes me-time in verdwijnen als ware het in een zwart gat. Want soms slaapt ze en dan is ze heel schattig en af en toe lacht ze en dan smelt ik vanbinnen. En ik heb wél gedoucht vandaag, en een half uur op Instagram zitten scrollen, dus eigenlijk kom ik prima aan mezelf toe.
  • Hopelijk lukt het om deze openstaande factuur binnen 7 dagen te betalen. Of weet je wat, doe maar 14, jullie hebben het ook niet makkelijk nu. Als het nog langer duurt, laat het me weten. Ach, ik zie het wel tegemoet, ooit. Komt vast goed. Tschüss.
  • Het zou voor mij wel schelen als ik deze aanslag van 15.000 euro niet in één keer hoef te betalen aangezien ik de afgelopen 18 maanden geen omzet heb gedraaid. En vóór 1 juni dit jaar? Oei, dat gaat me sowieso niet lukken, ben ik bang. Misschien kunnen we beginnen met 100 euro per maand en dan langzaam opbouwen, zoiets? Jullie zijn natuurlijk de experts, ik probeer alleen mee te denken.

Ruimte innemen: uitrekken, opblazen, afblaffen

Nee. Wil je je lezer aan het lachen maken? Dan zet je vol in op stereotypen en overdrijf je tot je scheel ziet. Zodat we ons niet hoeven te bekommeren om ons eigen doorsnee leven. We ons kunnen verlustigen aan die rare overlap van absurditeit en realiteit die bij het leven hoort. Want relativeren, dát kunnen we zelf ook. Sterker nog, dat doen we de hele dag door, tegen wil en dank. Geef ons even een break, ja?

Wil je iets gedaan krijgen van een klant of een instantie? Dan brul je naar beneden, zakelijk en zó dat je woord voor woord te verstaan bent. Nee, daar zit geen ruimte tussen, nee. Geen grijstint. Geen nuance. Nuance bewaar je voor je debuutroman, je Insta-poëzie of je voorgenomen break-up met je BFF.

Wij lezers wíllen een aandacht opeisende schrijver

Uitvergroting. Stelligheid. Ephron krijgt de ruimte, en néémt hem. En terecht. Zij is de schrijver. Wij betalen haar (inmiddels haar erfgenamen) met onze aandacht, onze tijd, en via allerlei omwegen, ook ons geld. Dus het is haar geraden dat ze met iets goed op de proppen komt. Iets dat ons aan het denken zet, iets waardoor we moeten grinniken, iets waarvan we schrikken of iets waardoor we ons ineens oprecht afvragen wat wíj eigenlijk vinden, van die stelling die ze daar zo poneert.

Dat is wat een goede schrijver doet. Ruimte innemen. En tijd. Op een manier die de lezer bevredigd achterlaat.

En dat je daardoor uitstel voor je inkomstenbelasting of een héle snelle betaling van die factuur van vorig jaar mei regelt, is dan mooi meegenomen.

Wil je deze blogs voortaan in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor mijn wekelijkse nieuwsbrief. 

‘Zal ik gaan bloggen?’ vraag je me

(Het antwoord is ‘ja’)

Bloggers zijn verhalenvertellers.

Maar verhalenvertellers zijn niet per se bloggers.

We vinden het doodeng, gedachten en ideeën opschrijven die écht uit onszelf komen. Die over óns gaan en niet over iets abstracts. Staan die ideeën of gekke associaties daar ineens, zwart op wit, unferfroren. Gedachtespinsels die we eerder nog keurig binnenskamers hielden. En dan zou je ze ook nog eens moeten publiceren?

En dan heb ik het nog niet eens over de moeite die het kost om elke dag, elke week of desnoods elke maand iets zinnigs en prikkelends op papier te zetten. Bloggers zijn doorzetters, soms met het snot voor de ogen.

Dag dagboek – daar ben ik weer

Is schrijven lijden? Mwah. Maar schrijven is ook geen gesneden koek. Zo ben ik dit jaar met een dagboek begonnen. Niet in de vorm van een papieren cahier met een slotje, maar met een dagboek-app op m’n telefoon. Mijn dagelijkse beslommeringen gevat in een foto en een tekstje van een paar regels, meer moest het niet wezen. En toch. Me dáár elke dag toe zetten kost alsnog moeite. Want mijn brein induiken en vijf seconden langer nadenken over wat ik die dag nou éigenlijk heb meegemaakt vraagt toch een heel klein beetje van mijn aandacht. En aandacht vrijmaken, dat is moeilijk.

Niemand anders krijgt mijn dagboek te lezen. Dus waar hébben we het eigenlijk over?

Of het nu een dagboeknotitie is of een voordracht voor een miljoenenpubliek: continu iets waarachtigs schrijven is gedoe. Gedoe waar anderen, lezers, deelgenoot van zijn. Lezers die ook nog eens iets vinden van wat jij schrijft. Voilà: bloggen in een notendop.

Waarom blog ik dan toch? Om drie redenen

  • Plezier
    • Ik schrijf veel en vaak, op dit moment zelfs aan mijn debuutroman. Met eigen blog zorg ik voor mijn eigen online plek waar ik direct mijn teksten op kan publiceren. Ik heb met mezelf afgesproken dit wekelijks te doen. Op die manier daag ik mezelf elke week uit om iets te schrijven dat én relevant is én leuk om te lezen. Zoals een boekweitcracker met hummus: snackable doch voedzaam.
  • Poen
    • Door wekelijks verse content op mijn website te plaatsen indexeren zoekmachines mijn website als relevanter. Als veel mensen mijn blogs lezen zien Google en consorten dat als waardevolle content. Twee aspecten die ervoor zorgen dat mijn website beter rankt waardoor mensen die op zoek zijn naar een online schrijftraining mij sneller vinden. De meeste schrijftrainingen verkoop ik aan mensen die mij via een zoekmachine hebben gevonden. Daarna aan inschrijvers van mijn nieuwsbrief.
  • Prestige
    • Een schrijfjuf die jou vertelt dat je moet schrijven en het zelf niet (zichtbaar) doet, dat is raar. Bovendien zijn mijn blogs een manier om met jou als lezer in contact te blijven. Van jouw eventuele opmerkingen of leesgedrag leer ik weer dingen die ik in mijn schrijftrainingen kan verwerken.

Kortom: wekelijks bloggen levert mij een permante klus op die aan het principe van de drie P’s voldoet.

Waarom zou jij moeten bloggen? Omdat dit je profiel is

  • Je hebt een onbedwingbare neiging om dingen te willen opschrijven. Of je het nou doet of niet.
  • Je wil dat andere mensen jouw schrijfsels lezen. Want je schrijft grappige observaties of supersterke analyses. Bovendien moeten ze jou gewoon leren kennen.
  • Je durft het aan om beter te worden in schrijven.

En waarom dan bloggen?

De beste leerschool is de praktijk en dat geldt zéker voor schrijven. Dan is het slim om die drempel voor jezelf zo laag mogelijk te maken. Voor bloggen heb je niets anders nodig dan een online plek om te publiceren. Het liefst je eigen website. Op je eigen website heb je niet te maken met bitse uitgevers en eindredacteuren, een strenge spellingscorrector of stapels papier en hoge drukkosten.

Je kunt ook je hele ziel en zaligheid op Facebook, Instagram of LinkedIn pleuren. Alleen is je content dan niet meer van jou. Als Mark Zuckerberg of Ryan Roslansky besluit om de stekker eruit te trekken hang je. Een eigen website (laten) maken is écht aan te raden. Als je je een middag verdiept in systemen als WordPress kom je een heel eind*. Via gratis** platforms als Wix en Squarespace is het helemaal makkelijk.

En dat is alles wat ik moet weten over bloggen?

Er zijn wel een paar regels waar blogs aan moeten voldoen. Maar ook weer niet zo heel veel. Een pakkende titel is handig. Je tekst opknippen in alinea’s en die voorzien van tussenkoppen ook. Dan voldoe je meteen aan een paar basale eisen voor webtoegankelijkheid.

Verder: zoveel mogelijk actief schrijven, lange zinnen afwisselen met korte, lees je tekst hardop voor en schrijf ‘Lieve Dagmar’ bovenaan je blog. Als je je blog nog wat meer cachet wil geven plak je een of twee relevante hyperlinks in je blog. En als je helemaal gek wil doen versier je je tekst met een passende afbeelding.

That’s it.

Simpel hè?

En nu maar schrijven.

 

Wil je deze blogs voortaan in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief. 

* Mijn webbouwer Seb de la Web heeft demo’s en video’s online staan met tips. Ook is hij een training aan het ontwikkelen waarmee je zelf je eigen website kunt bouwen. 

** Gratis bestaat natuurlijk niet. Goed boek hierover is Je hebt wél iets te verbergen van Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn.

Schrijf wat je wil schrijven (en vindt er later iets van)

header afbeelding blog kopje koffie

header afbeelding blog kopje koffie

Ik was laatst op pad met iemand die snel iets vindt, van dingen. En dan ook meteen véél vindt. En daar vind ik dan weer van alles van.

‘Jezus, je zal er maar wonen, zo pal langs de weg.’

Ik: ‘Maar wel een leuk huis. Waarschijnlijk horen die mensen dat verkeer zelf al niet meer.’

Ja, dacht ik op de weg terug, zo blijven natuurlijk we bezig.

Lekker secundair wezen

In de basis probeer ik doorgaans niet zo heel veel te vinden over dingen, mensen en situaties. Of nou ja. Ik vind eigenlijk regelmatig iets. Maar zelden direct. Ik ben nogal secundair in mijn reacties, en de ruimte om een uur na te denken over iets – in het geval van een vraag of stelling die onder mijn neus geschoven wordt – is er doorgaans niet. Om deze reden heb ik een absolute hekel aan brainstorms.

Of de fake-optimist uithangen

Omdat ik van nature geen pasklare mening of snedige repliek paraat heb, en ik negatieve statements niet zomaar wil belonen met een zwijgend instemmen, heb ik de neiging om tegenwicht te gaan zitten bieden wanneer dat wel gebeurt. Ik ga dan expres pluspunten zitten benoemen. Het zou kunnen dat in mijn persoon een ontzettend aanwezige moraalridder huist, maar dat oordeel laat ik aan jou. Het punt is: echt gezellig wordt het zo niet.

Een echt gesprek voeren

Het punt is ook: op deze manier voer je geen gesprek. Ik vraag namelijk niet door (waarom zou je hier niet willen wonen?) maar pareer deze hele stelling met een licht manische zonnige blik op dit gegeven. We voeren dan dus geen gesprek, we wisselen zinnen uit. En dat is een gemiste kans. Zoals Elke Wiss in Socrates op Sneakers schrijft:

We proberen de ander eerder te overtuigen van ons gelijk dan dat we samen op zoek gaan naar wezenlijke antwoorden. Veel van onze gesprekken hebben daardoor meer weg van een debat dan van een dialoog. We praten liever dan dat we luisteren, voor vragen stellen hebben we geen tijd. En toegeven iets niet te weten is al helemaal geen optie.

Of erkennen dat je van veel dingen gewoon niet wéét wat je ervan vindt. En dat dat je onzeker maakt, in een tijd dat de ene mening na de andere wordt uitgeserveerd.

Een tekst is een gesprek

Een tekst schrijven is ook een gesprek voeren, maar dan met je lezer. Jij schrijft, de lezer leest. En raakt zo hopelijk geïnspireerd. Om ergens op te klikken of om door te lezen. Of om niks te doen, maar drie maanden later tijdens een kennisquiz op televisie ineens te denken: god ja, die en die schreef daar ook zo’n zinnetje over. Een goed gesprek beklijft, een goede tekst doet dat ook.

Een gesprek voer je door goed te luisteren

Om goed te kunnen schrijven moet je goed kunnen luisteren. Naar jezelf, wel te verstaan. Naar wat jij wil vertellen met de tekst. In les 2 van de online schrijftraining ga je hiermee aan de slag, met het ‘wat’ en ‘waarom’ van je tekst. Ligt voor de hand? Misschien wel. Maar vanuit mijn *kuch* autoriteit als *proest* gezaghebbend tekstschrijver die zichzelf veel en vaak terug zag keren in de rol van communicatieadviseur en algehele creatief en business strateeg toch nog even dit: je zou de ondernemers en professionals de kost moeten geven die níet weten wat ze willen vertellen. Daar wil je toch niet bij horen?

Slopend, dit soort gesprekken

X: ‘Nou, ik doe dit en dit voor die en die op deze en zulke voorwaarden.’

Ik: Prima, schrijf ik dat voor je op.

X: ‘Nee, nu mist ook nog het stukje dat mijn achtergrond zus en zo is.’

Ik: En dat is belangrijk want?

X: ‘Nou, dát is dus de reden dat ik uitermate geschikt ben om dit en dat probleem op te pakken.’

Ik: Goed, zet ik dat erbij.

X: ‘Ja, want nu ik dit zo zie staan realiseer ik me dat dit kenmerk en die kwaliteit voor mijn klanten zwaar weegt.’

Ik: Oké. Maar je vertelt net dat je een ander type klanten wil.

X: ‘Ja, dat moet ik inderdaad ook.’

Ik: Van wie?

X: ‘Van mijn business coach.’

Ik: Oké.

X: ‘Om mijn omzetdoel van 100.000 euro per maand te behalen.’

Ik: In dat geval pas ik even mijn factuur aan.

X: ‘Eh.’

Ik: Geintje.

Had ik al gezegd dat ik brainstorms haat?

Schrijf dus op zonder oordeel

Dus: wat wil je vertellen en waarom? En welk deel van dat verhaal wil je op je website, op je blog of in je verslag zetten? Tip: schrijf gewoon alles rücksichtslos op. Ook alles waarvan je denkt dat het niet interessant, niet volwassen of niet professioneel is. Gooi je aannames overboord en schrijf zonder (echt) na te denken.

Kun je daarna lekker de strenge redacteur uithangen en werkelijk óveral wat van vinden.

Wil je deze blogs voortaan in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief. 

Doodeng, natuurlijk, dat schrijven

Afbeelding blog 3 - schrijfangst

Afbeelding blog 3 - schrijfangst

Hoe je dealt met je koudwatervrees

‘Weet je waar ik het meest tegenop zie met die studie?’ Marlijn, mijn schoonzusje, duwt de peddel met lange halen door het water.

‘Nou?’ zeg ik.

‘Schrijven.’ Sloom golft het water naar achteren. De lucht is knalblauw, de zon schijnt. ‘Daar boffen we mee,’ zeiden we eerder die dag, toen we de supboards te water lieten. Officieel is het vandaag de eerste lentedag.

‘En waar zie je dan tegenop?’ vraag ik.

‘Ik ben echt heel slecht in spelling en grammatica.’ Ze draait zich om. ‘Ik heb alleen maar mavo, hè?’

Ik verplaats het gewicht van mijn ene voet naar de andere. Het board wiebelt teveel mee, ik span mijn billen aan. Rechtop blijven staan, please. ‘En is dat het enige?’ vraag ik, terwijl ik mijn beide voeten in het board probeer te planten. ‘Ik bedoel: je hebt dus wel in je hoofd wát je wil vertellen?’

‘Dat is het juist.’ zegt ze. ‘Als ik het nú tegen jou moet vertellen, gaat dat prima. Heb ik geen probleem met de juiste woorden vinden. Maar op het moment dat ik weet dat iemand ánders mijn tekst gaat lezen, blokkeer ik.’ Ze houdt haar peddel stil, wacht tot ik mezelf naast haar gemanoeuvreerd heb.

‘Dus als je het gevoel hebt dat je beoordeeld wordt.’ vat ik haar bezwaar samen.

Ze knikt.

‘Maar spelfouten en grammatica kun je laten checken’, zeg ik. ‘De spellingscheck van Word haalt ze eruit. Of je vraagt iemand die daar goed in is om je tekst te controleren.’ Ik wissel van kant, mijn board is te ver naar dat van haar gedraaid. ‘Waarin zit hem je angst? In afwijzing? Of dat de lezer je niet begrijpt?’ In deze bocht staat een sterke stroming, dus mijn board draait maar heel langzaam terug.  Hoe zat het ook al weer? Achteruit peddelen?

‘Nou’, begint ze. Haar ‘nou’ blijft in het luchtledige hangen want mijn board botst tegen dat van haar. En klapt om.

Het water is 3 graden, zoiets. De peddel, denk ik in paniek. Met mijn ijskoude handen vis ik hem uit het water en wurm mezelf op het supboard. Mijn bloed ruist in mijn oor.

‘Gaat het?’ vraagt Marlijn.

‘Ja prima, niks aan de hand’, hijg ik. ‘Zo’n wetsuit isoleert echt heel goed.’

‘We zijn er bijna’, zegt ze, en ze wijst naar het motorschip dat zo’n honderd meter verderop ligt aangemeerd.

Ik pak de peddel vast en blijf op mijn knieën zitten. Met korte halen sla ik door het water.

‘Niet te koud?’

‘Nee hoor. Dit moest een keer gebeuren.’

Ze knikt. ‘Weet je wat het is.’ zegt ze, en ze steekt de zonnebril in haar haar. ‘Ik schrijf ook weleens gedichtjes. Meestal na een meditatie.’ Ze kijkt me weer aan. ‘En gek genoeg heb ik dan nergens last van.’

‘Ja’, zeg ik, terwijl ik naar de meerpaal verderop kijk. ‘inderdaad bijzonder dat je dat opmerkt.’

Inspiratie, grammatica, spelling: allemaal niet het belangrijkste

Over schrijven bestaan veel aannames. Zoals dat je moet wachten op inspiratie voordat je kunt schrijven. Of dat schrijven alleen zin heeft als je alle regels van spelling en grammatica op een rijtje hebt. Maar eigenlijk heb je het dan over de handeling van schrijven. En niet over het schrijfproces zelf.

Is een grammaticaal perfect geschreven tekst altijd leuk of interessant om te lezen? Of gaat het om de zeggingskracht van de schrijver?

Deze gedachtes en ideeën kun je tenminste teruglezen

De online schrijftraining van Iedereen kan Schrijven richt zich in eerste plaats op de schrijver. Wat wil jij als schrijver zeggen, en waarom? En dan: gaan met die banaan.

Schrijven is denken. Of concreter: het externaliseren van denken naar letters op papier. En daar moet je soms moeite voor doen, de tijd voor nemen.

Schrijven is niets meer dan dat. Maar ook niet minder.

En het voordeel van schrijven boven denken is dat je je het dan tenminste nog eens kunt teruglezen.

Wat is dan wél het belangrijkste in schrijven?

Míjn grootste aanname als het gaat om schrijven is dit:

Teksten die iets doen met jou als schrijver doen dus ook iets met de lezer.

Teksten die ergens over gaan en een eigen stijl hebben zorgen ervoor dat je lezer door scrolt, op een button klikt, een collega aanstoot met ‘kijk wat ik nou lees’ of simpelweg moet glimlachen (of misschien wel even moet slikken). Kortom: ze zetten aan tot actie. Omdat het op dat moment wáár is wat er staat.

En wie bepaalt wanneer een tekst wáár is? Nou, dat bepaal jij als schrijver. En in principe wéét je het meestal wel wanneer iets waar is.

Als een bepaalde anekdote maar door je hoofd blijft spoken.

Als je een bepaalde persoon, of een bepaald onderwerp, lastig vindt om te snappen.

Als je je op een zeker moment kwetsbaar hebt gevoeld.

Of verdrietig, terwijl de context vrolijk was.

Als je contact met iemand stroef verloopt.

In die kraakjes, tussen een ideaalplaatje of een gedroomde werkelijkheid en het échte leven in al zijn grilligheid, daarin zit iets wat waar is.

En daarover moet je schrijven.

Wil je deze blogs voortaan in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief. 

Fotografie: Jelena Simidzija / The Odd Bunch

Schrijven – besteed er alsjeblieft niet zoveel tijd aan

Blog 2

Blog 2

Weet je, dat schrijven, daar moet je niet te veel tijd aan besteden. Echt niet. Kijk, neem nou zo’n blogpost. Natuurlijk, je moet iets te melden hebben. Een eindeloze gedachtestroom op papier loslaten zonder point en je lezer denkt: ‘toedeledokie’. Je wil iets leesbaars bieden. Iets substantieels. En iets dat prikkelt.

Dus: hoe pak je dat dan aan? Nou, laten we maar eens beginnen bij beginnen.

Tijd voor een opdrachtje

En om te beginnen heb ik een micro-opdracht voor je. Ben je er klaar voor? Oké.

Doe je ogen maar dicht en denk aan ‘schrijven’. Of, als dat de abstract voor je is, aan ‘een tekst schrijven’. Wat zie je dan?

Ik durf te wedden dat je een pen krullerige zinnen op papier ziet zetten. Of iemand ziet typen op een toetsenbord.

Klopt dat?

‘Ja,’ denk jij nu enigszins gepikeerd, ‘en is dat niet goed dan?’

Schrijven, dat is toch met letters enzo?

Kijk, dat jij zojuist een schrijvend persoon voor je zag is niet per se fout. Je visualiseert schrijven dan dus als handeling. Schrijven ís ook een handeling: het verwoorden van gedachten en ideeën. Maar iets schrijven, van rapportage tot bericht op Twitter tot appje tot verjaardagswens op de kaart van je vriendin die 40 is geworden, is méér dan alleen ideeën en gedachten omvormen tot letters en zinnen. Schrijven is vooral: denken.

Blogacademie-goeroe Kitty Killian zegt zelfs dat schrijven op zichzelf niet bestaat:

‘Schrijven bestaat niet. Niet op zichzelf. Schrijven is het noteren van je gedachten. Eerst denk je, dan schrijf je.’

Oké, wat ís schrijven dan allemaal?

Als we het hebben over schrijven, bedoelen we meestal het schrijfproces. Het proces van schrijven kun je onderverdelen in drie fases:

De onderzoeksfase

Hier valt ‘denken’ onder. Maar ook googelen, relevante blogs of artikelen lezen, podcasts beluisteren, YouTubevideo’s bekijken die te maken hebben met jouw idee dat je zo direct, in de schrijffase, uit de doeken wil doen.

De schrijffase

Je hebt een idee, je hebt er achtergrondinformatie bij gezocht, en nu schrijf je het op. Ik weet dat het niet zo simpel is, maar tegelijkertijd is het zo simpel. Ik kom zo terug op de schrijffase.

De redactiefase

Je hebt je idee, je hebt erover nagedacht, je hebt van alles en nog wat op het papier gekletterd. En nu haal je een paar keer diep adem, wrijft in je handen, zet je RBF-blik op en gaat hier eens even heel kritisch doorheen.

Deze drie fases vormen de basis van de online schrijftraining Zakelijke teksten schrijven, waarin je natuurlijk leert om de puntjes op de i te zetten. Maar waarin de meeste aandacht uitgaat naar hoe je begint, hoe je je schrijfdoel bepaalt, welke labels je zo allemaal aan je tekst kunt hangen en hoe je helder en effectief leert schrijven.

De schrijffase kost trouwens het minste tijd

De onderzoeksfase en de redactiefase kostten allebei meer tijd dat het daadwerkelijke schrijven. Bijvoorbeeld: je schrijft een blog en doet daar in totaal vier uur over. Voor een inhoudelijk goed en aantrekkelijk geschreven blog is dat een redelijk gemiddelde (linktip naar onderzoek van de Amerikaanse content marketeer Andy Crestodina). Van die vier uur besteed je gemiddeld anderhalf uur aan onderzoek, nog eens anderhalf uur aan redactie en één uur aan het daadwerkelijke schrijven .

De schrijffase, oftewel de arena voor chaos en structuur

Als je de onderzoeksfase erop hebt zitten betreed je de arena van je eerdere visualisatie, van de schrijvende persoon. Van schrijven als handeling. Ook wel bekend als de schrijffase. Dit is wat je eigenlijk in de schrijffase doet: je structureert je gedachten. Of die nu bij jou in keurige hapklare brokken uit je toetsenbord komen rollen of in een eindeloze stroom Unicorn Vomit. Laat maar gaan, die woorden, kwak maar neer. In deze fase hoef je je eenhoorns (of je pony’s) niet in binnen te houden. Wat nu telt is dat je niet onnodig blijft haken achter een typefout of een niet lekker lopende zin. Of achter een getal dat je nog moet verifiëren. Eerst moet je je gedachten op papier zien te krijgen. Pas dán kun je verder. Done is better than perfect.

Heb je een punt na je laatste zin gezet? Gefeliciteerd! Je bent door naar de volgende ronde, de redactiefase.

De redactiefase: de spellingschecker annex voorleesouder

In de redactiefase ondervang je gelukkig al de helft van alle stomme schrijf- en spelfouten door je spellingscheck aan te slingeren en de boel na te lopen op kromme zinnen. De andere helft ondervang je voor het grootste gedeelte op deze manier: je tekst hardop voorlezen. Dat kost je misschien vijf of tien minuten, maar het levert je heel veel op. Je tekst voorlezen helpt je enorm om die gedachten, die je achter elkaar hebt gekwakt, eens even goed tot je door te laten dringen. Wat stáát hier nou eigenlijk? Snap ík het nog? Want als jij het niet snapt, dan snapt je lezer het al helemaal niet. Bovendien haal je, door je tekst hardop voor te lezen, gegarandeerd één herhaling uit je tekst. En waarschijnlijk meer dan één.

Komt er ook nog een eindredacteur-from-hell op de proppen

Nadat je als een strenge redacteur door je tekst hebt lopen ploegen, mag je ook nog eens je innerlijke eindredacteur-from-hell op je tekst laten losgaan. Check de titel en de eventuele tussentitels. Kloppen de interne en externe links? Ben je consistent in het gebruik van bepaalde termen? Heb je al een goede inleiding of samenvatting voor op social media, in je nieuwsbrief, op de homepage, in het persbericht?

En als alles klaar is, en goed bevonden, dán kan je tekst op het blog. Of op je website. Of in de krant. Klaar om gelezen te worden. Bejubeld. Bekritiseerd. Dat laatste alleen als je mazzel hebt.

Dus nee, ik zeg niet dat het simpel is, dat schrijven. En dan bedoel ik het schrijfproces. Want dat is het vaak niet. Je wil je lezer iets bijzonders voorschotelen, iets leesbaars én iets waar hopelijk over nagedacht wordt. En daar gaat aandacht en denkkracht in zitten.

Maar tijd?

Nee, tijd zou ik aan dat schrijven niet te veel besteden.

Wil je deze blogs voortaan in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief. 

Professioneel schrijven mét een eigen voice?

schrijfstijl brand voice tone of voice ook voor zakelijk schrijven

This is your vooooice! Of zakelijk schrijven!

Hoe kun je je lezer nou het beste aanspreken? Welke schrijfstijl moet je kiezen? Speel ik bij de aanhef op safe met ‘hoi’, moet ik ietsje hipper inzetten op ‘hi’ of toch maar voor het oude en vertrouwde ‘geachte’ gaan? En kan dat ene grapje, of is het te gewaagd? Twijfels, twijfels.

Waarom is dit zo belangrijk, die schrijfstijl? Enerzijds wil je de lezer niet afschrikken met saaie, formele zinnen. En anderzijds wil je hem of haar niet beledigen met informeel gezwets. En dat alles op een – binnen jouw branche of bedrijf – uniek klinkende manier. Hoe doe je dat in schrijversnaam? Hoe vind je de schrijfstem die jouw lezer het meest aanspreekt?

Door je aandacht naar binnen te keren. Namasté. 

via GIPHY

Let your personality shine bij het professioneel schrijven

Je schrijversstem vind je namelijk in jezelf. In je eigen hoofd, hart en intuïtie. Ook bij het zakelijk schrijven. In je eigen hoofd, hart en intuïtie. Niet voor niets sluit je functie aan op je karakter en is je onderneming nagenoeg een verlengde van jezelf. Je merk kan dan ook worden gezien als een persoonlijkheid die dicht bij de jouwe ligt. Met een eigen schrijfstem die oogverblindend mag doorschijnen in je teksten: de brand voice van jouw bedrijf.

Want dat geeft zakelijk vertrouwen

Dat klinkt allemaal niet erg zakelijk. Toch is het dat. Mensen binden zich namelijk eerder aan een ander mens dan aan een merk of bedrijf. Een lezer identificeert zich met de merkpersoonlijkheid via de unieke brand voice. Zo trek je (potentiële) klanten aan die zich thuis voelen bij jouw merk. Met andere woorden: Be true to yourself, dan wordt de lezer dat ook aan jou.

via GIPHY

Hoe heb ik mijn eigen Brand Voice bepaald?

Ter illustratie: mijn eigen brand voice. Ik houd van woordspelingen, gebruik vaak Engelse termen, drop hier en daar wat slang en soms een gecensureerd scheldwoord. Ik omschrijf vaak sferen en houd me vooral bezig met kunst en cultuur. Het merendeel van mijn klanten is dan ook afkomstig uit de culturele en creatieve sector, spreekt zoals ik schrijf en is geïnteresseerd in de onderwerpen van mijn teksten. Sh*t, mijn brand voice vinden was easy as that!

Ervaar het lekker zelf

Wil je zelf al schrijvend ondervinden wat jouw inner Brand Voice is? In de Online Training Zakelijke Teksten Schrijven van Iedereen kan Schrijven behandelen we dit uitgebreid. Zodat jij als ondernemer, marketing professional of aspirant schrijven, wanneer je ‘moet’ zakelijk schrijven, je teksten vol persoonlijke shine tegemoet treedt.

Write on, writer! Write on!

Struggles? Een schrijftraining helpt je

man lost schrijfstruggles op met schrijftraining

Waarom een schrijftraining hulp biedt bij schrijfstruggles

Een energieke spanning ontwaakt in mijn onderbuik wanneer ik begin aan dit blog. Schrijven over ervaringen vind ik namelijk het allerleukst. Eerst wat ideetjes op papier zetten, dan snel de laptop openklappen, typen totdat de kramp in mijn vingers schiet. Een fanatieke schrijfflow en een verhaal later slaak ik een tevreden zucht. Het is eruit.

Maar dan. Dan lees ik de tekst opnieuw.

En ja hoor, het is weer zover.

Ik heb mezelf verloren in details . Zo snapt geen enkele lezer, inclusief ikzelf, welke boodschap ik wil overbrengen.

Hoe kan ik de lezer nou raken, zonder dat de tekst een wirwar van inspiratiekreten wordt? En hoe bepaal ik welke boodschap het belangrijkst is?

Schrijfstruggles: zo deal je ermee

Ik schrijf al een tijdje voor mijn brood. Eerder als social media strateeg en copywriter. En nu als freelance tekstschrijver. Toch blijf ik – net als alle andere professionals – tegen dingen aanlopen die me belemmeren in het ‘vloeiend schrijven’.

Daarom schrijf ik deze blogs, om te erkennen tegen welke schrijfstruggels ik aanloop. En vooral ook: hoe ik ze kan oplossen of op z’n minst met ze om kan leren gaan. Ik heb de online schrijftraining Zakelijk Schrijven gevolgd en gebruik de lessen hieruit als leidraad.

Mijn struggle: teveel details, te weinig focus

In een flow zitten is fantastisch. Uit jouw hoofd en jouw hart ontstaan namelijk de teksten die anderen overtuigen, prikkelen, raken en enthousiasmeren. Het gevaar is alleen dat je dan gemakkelijk de rode draad van je verhaal kwijtraakt. Eh, waar was deze tekst ook alweer voor bedoeld?

via GIPHY

De oplossing: Bepaal je koers met je tekst

Creativiteit de vrije loop laten en lukraak schrijven wat er in je opkomt zijn ideale tools om jezelf op gang te helpen. Lastig wordt het pas wanneer jouw boodschap bedolven raakt onder een overdaad aan zinnen en woorden. Bepaal daarom de functie van je tekst. Wil je je lezer informeren, enthousiasmeren of overtuigen?

Bepaal welke functie jouw tekst moet hebben

Een sales pagina heeft een andere functie dan een brochure, namelijk verkopen vs informeren. Als jij iets aan de man of vrouw moet brengen is het misschien niet slim om 3000 woorden te gebruiken voor je verhaal, en pas aan het eind te vertellen welke dienst je aanbiedt. Omgekeerd is het voor iemand die rustig een informatief boekje wil lezen over hedendaagse schildertechnieken heel irritant om na de eerste zin meteen een verkoopzin te treffen á la ‘Ook een schildercursus volgen? Meld je nu aan!’

Ervaar het lekker zelf met een schrijftraining

Wil je zelf al schrijvend ondervinden hoe bepalend de verschillende functies van een tekst kunnen zijn? In de schrijftraining Online Training Zakelijk Schrijven van Iedereen kan Schrijven komt dit uitgebreid aan bod. Zodat jij als ondernemer, marketing professional of aspirant-schrijver je teksten vol zelfvertrouwen tegemoet treedt. En af en toe een detail of twee laten staan? Tuurlijk, want zo ga je pas echt de sterren van de hemel schrijven.

Write on, writer! Write on!