De laatste weken zit ik weer eens ouderwets aan de buis gekluisterd. Onderwerp van mijn hijgende belangstelling: The Reagans. Een vierdelige documentaireserie van de VPRO over het echtpaar Ronald en Nancy Reagan. President en First Lady.

Twee sociale klimmers, gewezen acteurs, de een met iets meer talent voor de bühne dan de ander (Ronald). De ander met een stuk meer talent voor het politieke schimmenspel dan de een (Nancy). Waarom fascineert deze documentaire mij zo? 

De gedroomde president uit Hollywood

Tja, wat is er zo boeiend aan het leven van een gewezen presidentskoppel dat ooit de Verenigde Staten bestierde, een land dat niet het mijne is? Dat heeft twee redenen. Ten eerste: deze mensen zijn hun carrière ooit begonnen in Hollywood, de plek waar dromen werkelijkheid worden. Of nou ja, waar je leert om heel goed te faken dat je een droomleven leidt. De Reagans aten, dronken en ademden ‘the American Dream’. Maar of ze hem daadwerkelijk leefden is voer voor discussie. Ga dus vooral deze documentaire zien zodat we die discussie daarna kunnen voeren.

Ten tweede: het presidentschap van de Reagans (en het meervoud is in dit geval op zijn plaats – Nancy wás Claire Underwood avant la lettre) luidde een nieuwe tijd in. Deze tijd. Onze tijd.

Mijn tijd.

Amerika: glanzende hamburgers en een infrastructuur van kroepoek

Als achtjarige keek ik hunkerend naar het Verre Westen. Het land van Nikes, glanzende hamburgers, Madonna en Nintendo (wist ik veel). Amerika stond voor alles wat ik niet had en niet mocht, maar wel wilde. Mijn beeld van Amerika is nog steeds dat van een land waar (bijna) alles mogelijk is. Maar ook van een westers land dat zich gedraagt als een land in ontwikkeling, met extreme tegenstellingen, diepgeworteld racisme en een infrastructuur van kroepoek.

Tijdens het bewind van de Reagans brokkelden de sociale voorzieningen van Amerika in mum van tijd af. De gevolgen drukken nog steeds zwaar op de Amerikaanse samenleving.

Reaganomics en de no-nonsense-economie van ‘onze Ruud’

In 1981 werd Reagan gekozen tot 40e president van Amerika en bleef aan de macht tot 1989. Hij presenteerde zich als een oerdegelijke Conservatief, die zichzelf met ‘Mr. Gorbatsjov, tear down this wall’, bovendien aan de goede kant van het IJzeren Gordijn plaatste. Hij was ook degene die tijdens de economische recessie van begin jaren ’80 extreem sneed in overheidsbegrotingen. Hierdoor rezen de werkloosheid, dakloosheid, armoede, psychische problemen en het drugsgebruik de pan uit en dit bracht miljoenen Amerikanen in grote problemen. Reaganomics werd de geuzennaam van zijn economische beleid.

CDA-premier Ruud Lubbers volgde deze ontwikkeling met belangstelling en regering Lubbers nam begin jaren ’80 beslissingen die de deur van de verzorgingsstaat wagenwijd openzette voor de neoconservatieve wind die er toen waaide. En nog steeds waait.*

Kortom: ik kijk naar The Reagans en ik realiseer me ineens heel duidelijk dat ik een poppetje in de geschiedenis ben. De achtjarige Dagmar heeft Reagan nog meegemaakt, wist je dat? Mijn jeugd blijkt zich in een ander tijdperk te wortelen.

Ik word bijna veertig, zoveel is duidelijk. 🙂

Dokter Fauci en Amerikaanse presidenten…

Los van dit inkijkje in mijn eigen identiteit is er nog iets dat bij me blijft hangen. De documentaire maakt duidelijk dat Reagan echt helemaal niets op had met Democraten, met zwarte mensen, met drugsgebruikers, met queer personen. Althans, wanneer die zich als groep manifesteerden. Want met individuele personen voelde hij zich wel degelijk verbonden. Hij had een zwarte jeugdvriend en bij diens gezin kwam hij nog altijd over de vloer. Zijn omgeving zag dat hij oprecht geraakt werd door de verhalen van kinderen die wees waren geworden omdat hun ouders aan een drugsoverdosis waren overleden.

En zijn voormalige Hollywood-collega’s kregen te maken kregen met aids: Elizabeth Taylor door zich als aidsactivist op te werpen, Rock Hudson door eraan dood te gaan. Dat was voor Reagan reden om toch maar eens te luisteren naar het hoofd van de Gezondheidsraad, dokter Fauci (toen ook al!) en deze afschuwelijke epidemie (die al tienduizenden slachtoffers had gemaakt) serieus te nemen.

Groepen raken ons niet (behalve als je je tussen de ME’ers in wringt)

En dat is hoe het werkt. We identificeren ons dan wel met groepen, groepen ráken ons niet. Dat doen individuen. De vluchtelingen zijn voor ons niet meer dan een krantenkolom of een nieuwscategorie. Totdat we in een vluchtelingenkamp op Lesbos staan en samen met Adil, Mohammed en Nazdar van elke werkdag een geslaagde proberen te maken. Kinderen vinden we geinig, schattig of irritant. Onze eigen kinderen slaan ons compleet uit het lood, op elke manier denkbaar.

Complotdenkers beschouwen we als naïef of gevaarlijk. Maar dat je vriendin van vroeger de schuld buiten zichzelf zoekt kan je haar, terwijl ze al jaren geen uitzicht op vast werk of een eigen huis heeft, niet helemaal kwalijk nemen.

Je hoeft niet als Liesbeth een boekje open te doen over kinky feestjes

Jij, ik en de buurman, we vallen onder een hele trits aan groepen. Maar we zijn ook individuen, mensen met grijstinten. Als je in je schrijven iets van jezelf laat zien helpt dat de lezer om zich aan jou en jouw tekst te verbinden. Als zelfstandig ondernemer helpt je dat bijvoorbeeld in het bouwen van je eigen merkidentiteit. Maar ook om je schrijfdoel, bijvoorbeeld collega’s meekrijgen in een nieuw projectvoorstel, sneller te behalen.

Je eigen karakter in je tekst laten zien zit hem niet in ‘Hoi, ik ben Liesbeth en ik hou van kinky feestjes’-achtige statements. Maar wel in het tonen van jouw menszijn. Je eigen schrijfstem ontwikkelen is daarom belangrijk. Want: mensen doen geen zaken met bedrijven of instanties, mensen doen zaken met mensen.

Het helpt als je íets van jezelf laat zien

Cursisten vertellen me vaak dat ze hun teksten meer willen laten samenvallen met hoe ze zijn. Niet zo gortdroog en stijf, want zo beschouwen ze zich als persoon ook niet. Maar bij veel mensen gaat losser schrijven niet vanzelf. En dat komt, behalve door schrijfangst, omdat ze zichzelf als vertegenwoordiger van een groep zien.

De coaches. De beleidsmedewerkers. De boekhouders. Maar zij zíjn die groep niet. Net zoals jíj die groep niet bent. Jij bent Victor. Of Rens. Of Maaike. Jij hebt je eigenaardigheden, je manier van praten en je lievelingsontbijt. Je kan niet op hakken lopen, je bent dit jaar je eerste moestuin begonnen en weet meer over het verlies van dierbaren dan je lief is.

De lezer wil je snáppen

Dat hoef je niet allemaal te vertellen in je nieuwsbrief, in je projectverslag of in je brochure. Maar wij als lezer moeten het wel een beetje kunnen voelen. Hoe je in het leven staat: licht of juist serieus. Of je direct in de startblokken staat  of juist de tijd neemt om ergens in te duiken. Dan weten we een beetje met wie we een relatie aangaan.

Door je eigen stijl de ruimte te geven help je je teksten interessanter en toegankelijker te maken voor je lezer. In de online schrijftraining komt dit aan bod in de vierde les: Je Brand Voice of je Stijl. Volgens Maartje Schoolderman, die ooit nog weleens op het water wil gaan wonen, is dit hét onderdeel waar zij het meest aan had.

Haal die muur al schrijvend omlaag

Om in de geest van Ronald Reagan te blijven: haal die muur omlaag, tussen wie je bent en wie je denkt dat je al schrijvend moet zijn. Want het levenslang in stand houden van je eigen American Dream is alleen weggelegd voor heel goede acteurs. Of politici.

Wil je deze blogs voortaan in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief. 

*Tip: Lees Fantoomgroei van Sander Heijne en Hendrik Noten over hoe onze samenleving nu functioneert. En hoe lang we dat nog moeten voortzetten. Of kijk het programma Scheefgroei in de Polder terug, dat op het boek gebaseerd is.

Een reactie op “Wat onze schrijfstijl met Ronald Reagan te maken heeft

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *